In 1974 werd besloten de RSC en de RCB te laten opgaan in één nieuwe organisatie. Er werd een nieuwe BSW opgericht, die de meer democratische verenigingsvorm aannam. Aldus ontstond de Centrale van Buurtverenigingen en Speeltuinverenigingen, kortweg BSW Rotterdam genoemd.
In de Saftlevenstraat breidden de activiteiten van BSW zich in de loop der jaren geleidelijk uit. Zo werd beantwoord aan de behoefte van de aangesloten organisaties aan allerlei speelattributen, die men zelf niet kon bekostigen of waarvoor men geen opslagruimte had. Vanuit een loods en verschillende andere locaties in de Afrikaanderwijk werden materialen uitgeleend. De BSW-uitleen werd een begrip in Rotterdam, en niet alleen voor BSW-organisaties. Ook andere serviceonderdelen groeiden gestaag. De BSW-drukkerij stapte over op offset en de keuze in aangeboden cursussen werd steeds groter.
Op het gebied van activiteiten organiseerde BSW tot eind jaren ’90 centrale spel- en sportactiviteiten, waaraan alle aangesloten organisaties deel konden nemen. Ook werden initiatieven genomen om grotere gezamenlijke kinderactiviteiten te organiseren. Het BSW-Kinderfestijn op het Schouwburgplein was zo’n initiatief. Ook Binnenpret in de Ahoy (later Buitenpret in het Zuiderpark) hadden toen veel belangstelling. Al deze activiteiten werden gedragen door vrijwilligers.
Na Opzoomerdag 1994 werd het project Duimdrop aan BSW toegevoegd. Begonnen met één Duimdrop op het Ammersooiseplein, groeide dit project uit tot een aantal van gemiddeld 36 Duimdropvoorzieningen in de afgelopen tien jaar.
In de negentiger jaren groeide het aantal mensen dat middels werkverruimende maatregelen op speeltuinen werkzaam was. Met name vanuit de ID-regeling werkten voor mensen op speeltuinen. Hiertoe werd in 1996 het BSW-werkgeversinstituut opgericht.
In 1998 verhuisde BSW naar een nieuwe locatie aan de Sportlaan 77 in Rotterdam IJsselmonde.

